Share on facebook
Share on twitter
Share on pinterest
Share on whatsapp

Een Goed Persoon

I

[1] Goedheid is een concept met een onbegrensde potentie voor universaliteit. Alleen is goedheid, als alle universele concepten, geketend aan het eeuwige toeval van de praktijk. Hoe diep deze verbondenheid gaat wordt zelfs door de meest zwartgallige filosofen onderschat, al worden tegelijkertijd de filosofische implicaties ervan schromelijk overdreven.

[2] Dat bij de behandeling van Aristoteles schoorvoetend om zijn idee van ‘natuurlijke slaven’ heen wordt gedraaid terwijl men iets mompelt over ‘context’ betekent nog niet dat de filosofie een dienst wordt bewezen door de witte man van de ivoren toren te werpen. Een vluchtige, schaamtevolle, woedende of wanhopige blik op de ‘context’ levert in de praktijk nooit een alternatief op, maar altijd een inverse van de bestaande situatie. Kenmerk van de inversie is natuurlijk dat het de aard van de relatie intact laat, ziehier de ‘context’ van oppervlakkige oplossingen voor diepe problemen.

[3] Om zich weg te bewegen van de schaamte, de woede en de wanhoop die hem kluisteren aan de rots van het particuliere geval moet de filosoof, als een fonkelende ster in de nacht van de tijd, zijn best doen onverstoorbaar toe te kijken hoe de gier zich eindeloos opnieuw een weg door de ribbenkast van de mensheid rijt.

[4] Om de context van ‘goedheid’ te begrijpen – voordat we zelfs kunnen denken aan een goed persoon moeten we eerst zowel ‘goed’ als ‘persoon’ verkennen. Geen halve maatregelen! – moeten we teruggaan naar de verste verte die voor huidige mensen nog betekenisvol is. Ik zal de gok wagen dat dit de zogenaamde ‘jager-verzamelaar’ is. Voor een jager-verzamelaarsvolk hangt wat goed is logischerwijs af van twee dingen: 1) wat een individu bijdraagt aan de groep en 2) dat hij daadwerkelijk bijdraagt. (Om hier echter te spreken van ‘goede personen’ rekt de term zoals wij hem kennen dusdanig westropocentrisch op dat het maar beter is hem helemaal niet te gebruiken.) Goden, voor zover ze aanwezig zijn, houden zich hier nog niet bezig met regels voor menselijk handelen, laat staan met onpraktische morele voorschriften.

[5] In de vroege oudheid kunnen we evenmin spreken van ‘goede personen’ zoals wij de term tegenwoordig begrijpen. Dit komt doordat er nog geen personen bestonden. Er bestonden sociale, culturele en religieuze rollen en het correct vervullen van de rol kwam nog het dichtst in de buurt van ‘goed’. Wat die rol was hing af van wat je was: een dochter erfde geen eigendom en vervulde geen religieuze rol binnen het gezin. Zelfs de goden in de klassieke oudheid waren voornamelijk karikaturen van hun rol en voor zover zij zich bekommerden om de mensheid, namen ze die rol niet au sérieux.

[6] Pas met het christendom ontstond de kiem voor zowel wat wij tegenwoordig ‘goed’ als ‘persoon’ zouden noemen. Een individu wiens waarde ligt in wie hij is, wiens handelen morele betekenis heeft, iemand wiens intenties er primair moreel toe doen en niet – zoals bij haar filosofische voorgangers, de Abrahamitische religies, het geval is – slechts de handeling. Een grotere conceptuele omkering is nauwelijks denkbaar. Om Nietzsche te parafraseren: dat men ooit het Oude en het Nieuwe Testament heeft samengevoegd tot één boek moet de grootste literaire wandaad uit de geschiedenis zijn.

[7] Voor de lezer die in de filosofische significantie van het christendom de legitimering ziet voor zijn overtuiging dat alleen een massale terugkeer naar de kerkbanken de westerse beschaving kan redden, zie [2]. In een tijdperk waar miljoenen mensen juichen wanneer Jordan Peterson zich huilend om de hals van de Heilige Maagd stort en de wereldgeschiedenis omtovert tot zijn persoonlijke Rorschachtest, is dit geen overdreven voorzichtigheid. Dat zonder het christendom het individu niet denkbaar zou zijn en daarmee alle aan het individu verbonden concepten – welke zijn er niet mee verbonden? – zouden verdwijnen, betekent niet dat we het vehikel voor dit wonder van filosofische vooruitgang ook als zoete koek moeten slikken. Een filosofisch concept dat zo revolutionair is als het morele individu kan na een lange en door ziektes geplaagde jeugd inmiddels op eigen benen staan. Zoals die andere grote televisiedenker Dr. Phil graag zegt: soms ontstaat een ding om één reden, en blijft het voortbestaan om een andere.

[8] Een goed persoon in de westerse – vooruit, joods-christelijke – filosofie is dus iemand wiens handelen gedreven wordt door goede intenties. Dit christelijke idee werkt door in alle lagen van de samenleving, inclusief (oorlogs)recht – Thomas Aquinas’ Doctrine van het Dubbel Effect, googel het! – en westerse grondwetten. Door wie zijn mensen een onvervreemdbaar recht op leven, vrijheid en geluk toebedeeld? Juist. Is er zwakkere politieke filosofie denkbaar dan die van de zogenaamde Verlichtingsfilosofen? Naast alle gebruikelijke reïficatie, interne paradoxen en plotselinge Wetgevers die de sociaal-contractfilosofie sowieso rijk is, moet de Verlichtingsfilosoof de genuanceerde lezer afleiden met hoogdravende taal om te verbloemen dat de ratio en alle aanverwante begrippen niet alleen niet minder arbitrair uniek menselijk zijn dan de ziel, maar daarbij ook nog nergens op gebaseerd zijn. Geen ‘Creator’, alleen ‘rede’ en ‘ratio’, die door de tijd verder verwateren tot ‘redelijkheid’ [tegengestelde begrippen!] bij kwezels als John Rawls die denken van twee walletjes te kunnen eten: en de categorische imperatief en een maling aan het Kantiaanse onderscheid tussen perfecte en imperfecte plichten en een volledige buitenspel-zetting van het individuele oordeelsvermogen via de voor-individuele sluier van onwetendheid in de ‘original position’. (Dat is toch iets wat Rawls wel degelijk bereikt heeft: het eten van drie walletjes waar je dacht dat er maar twee mogelijk waren.)

[9] John Locke deed een dappere poging de ratio een kans te geven de ziel te vervangen als fundament voor politieke filosofie voordat het goddelijk recht door omstandigheden definitief onder de guillotine ging. Volgens Locke is de ratio datgene waarmee God ons heeft uitgerust om de natuurlijke wet te ontdekken. Substitueer hier ‘ratio’ voor ‘ziel’ en zie het wankele secularisme van de verlichtingsfilosofie instorten als een contemporaine pouf. Soms vraag ik mij af hoe het kan dat atheïsten zo dwepen met de Verlichting als ik de daadwerkelijke teksten er eens op nalees.

[10] Zo zie je dat zelfs wanneer een filosoof zich voorneemt objectief te blijven, hij zich halverwege toch gekluisterd vindt aan zijn idiosyncratische frustraties. Terug naar de context!

[11] Had het christendom kunnen ontstaan zonder het Romeinse Rijk? Nee! Net zomin als het veganisme kon worden gepopulariseerd zonder dat miljarden mensen eerst toegang kregen tot YouTube om video’s van voetballende vissen te bekijken.

[12] De premissen van de voorchristelijke beschavingen berusten altijd op een sterke mate van wij-zijdenken: het gezin, de uitgebreide familie, het dorp en later de stadstaat, de natiestaat en de koloniserende superstaat. Kon het anders dan dat de filosofie mee veranderde? Hoe groter en onoverzichtelijker het sociale contact door de immer grootschaliger politieke situatie, hoe persoonlijker de goden zich met de menselijke moraal gingen bemoeien. De Pater familias werd Odin, Zeus, God de Vader. Opschaling van religie volgde de opschaling van de politiek-sociale realiteit.

[13] Is er een reden voor het feit dat volkeren over de hele wereld ineens onderdeel zijn van hetzelfde Romeinse Rijk? Zou er iets zijn dat ieder mens bindt, iets dat deze verbintenis mogelijk maakt, meer dan alleen politieke wisselvalligheid? Hoe kan het antwoord niet zijn geweest dat ieder individu komt van dezelfde bron! Dat deze meest menselijke filosofie nooit universeel is toegepast, komt doordat de mens te zeer dier is om het ultieme universele ‘waar’ te maken. Hoe het kernbegrip van individuele waarde ook wordt verpakt, het zal altijd uiteenspatten op de klippen van de tribale species. (En hoe vaak ze ook uiteenspat, de ratio zal de ziel vroeger of later herontdekken.)

II

[14] Wat betekent het tegenwoordig om een goed persoon te zijn? Ten eerste ben je een goede burger. Een burger die zich goed informeert over het democratische proces, zijn belasting netjes betaalt, niet te onevenredig uit de staatsruif eet, etc. Het goede doen is grotendeels geautomatiseerd, de mensen die in loondienst werken krijgen het deel van hun loon dat naar allerhande overheidsinstanties gaat nooit onder ogen, hebben geen idee hoeveel procent van hun uiteindelijke loon via heffingen, belastingen, btw, accijns en andere ‘verborgen’ middelen naar die mysterieuze ‘staatskas’ wordt doorgesluisd.

[15] Belangrijker dan de automatisering van individuele moraal, en alarmerender afhankelijk van je opvattingen, is de standaardisering van wat het betekent om een ‘goed persoon’ te zijn binnen een democratische rechtsstaat. Als de persoon lang genoeg in het opleidingscircuit is blijven steken zal hij een automatische reflex hebben opgebouwd (anders zou hij het of niet lang hebben uitgehouden, of hij is gespecialiseerd in een exacte wetenschap en heeft de sociale opvoeding grotendeels gemist) om over bijvoorbeeld de toenemende belastingdruk dingen te zeggen als ‘dat geeft niet, want het gaat naar dingen waar we gezamenlijk voor hebben gekozen’. Of, als hij een onuitstaanbaar leeghoofdig persoon is, zegt hij zoiets als ‘belasting is de prijs die we betalen voor beschaving’.

Doorgaans beschouwt zo’n figuur de praktische vragen, zoals ‘wanneer heb ik mijn handtekening onder een sociaal contract gezet?’ of ‘wanneer heb ik besloten dat ik mee wilde betalen aan de oorlog in Irak?’ en duizenden andere mogelijke legitieme tegenwerpingen als een vorm van valsspelen. ‘Tja, dat is allemaal niet letterlijk, het is een legale fictie!’ alsof dat ook maar iets legitimeert of, nog zwakker, zelfs maar verklaart. Variaties op dit thema zijn: ‘als je hebt gestemd mag je niet klagen’, terwijl de niet-stemmer voor de voeten geworpen krijgt dat hij niet heeft gestemd en dus niet mag klagen! Dat er geen logisch noch praktisch ontsnappen is aan deze ‘filosofie’ laat de goede burger volledig koud.

[16] Een ander, en wellicht fataler, probleem dan de frustratie van de enkele ‘slechte burgers’ onder ons is dat een automatisering van de collectieve goedheid binnen een democratische verzorgingsstaat (want rechtsstaat en verzorgingsstaat gaan, ongetwijfeld tot wanhoop van Kant, hand-in-hand) de verantwoordelijkheid voor de goede daad wegneemt bij het individu. Het is niet langer de keuze van een individu om te geven aan de armen, die moeilijkheid heeft de overheid weggenomen van het individuele geweten. Ben je een goede christen als je belasting betaalt waar je nooit iets voor hebt hoeven doen, van geld dat je zelfs nooit hebt gezien?

[17] Een probleem dat nog weer dieper ligt, en wellicht wat universeler te accepteren is, is niet de automatisering van individuele moraliteit via de belastingdienst en ook niet de standaardisering ervan via het onderwijs en de media, maar het feit dat er geen concurrentie mee mogelijk is. De hoeveelheid red tape waar een collectief van individuen doorheen moet vechten om een alternatief te bieden voor een overheidsdienst is kafkaësk.

Stel je voor dat je vele jaren in de zorg hebt gewerkt. Je hebt gezien dat het overheidsgeld niet efficiënt besteed wordt, de verzorgers te weinig betaald krijgen en te veel uren moeten werken waardoor ze te weinig kwaliteit kunnen bieden aan de consument. Stel je nu voor dat een aantal mensen uit de zorg een alternatief wil oprichten: een lokale buurtzorg waar: 1) de kosten van de geleverde zorg lager zijn dan die van de door de overheid aangewezen partij; 2) de kwaliteit van zorg hoger is doordat er meer tijd aan het bed doorgebracht kan worden; en 3) de verzorgers meer geld overhouden omdat er niet allerlei extra ambtenaren aan te pas komen.

Dit gaat de arme goedbedoelende verzorgers nooit ofte nimmer lukken. Het rijk heeft namelijk afspraken met de gemeente en de gemeente met een paar zorgverleners die zeker geen concurrentie willen over hun deel van de subsidie en er moet aan zoveel regels worden voldaan dat het onmogelijk is om niet via de gemeente te gaan. Nu zal de ‘goede burger’ zeggen dat het goed is dat er niet buiten de overheid om gegaan kan worden, want ‘onbevoegde mensen’ zouden eens voor de oma gaan zorgen in plaats van de arme, overwerkte verpleger die natuurlijk zo arm en overwerkt is door ‘de marktwerking’, we hebben het hier tenslotte over goede burgers.

[18] Concurrentie waarborgt kwaliteit. Mensen die dit bestrijden met ‘zorg is te belangrijk om aan de markt over te laten’ en juist meer centralisatie en nog minder concurrentie willen, vraag ik graag waarom ze hetzelfde punt niet maken voor voedsel. Voedsel is veel belangrijker dan zorg, en toch gaat het daar wel prima. (En in landen waar de overheid de zorg en het voedsel centraal regelt, heb je binnen de kortste keren een tekort aan beide.) We kunnen naar de Dirk, de Albert Heijn, de Aldi, de Marqt, de buurtsuper, de Turkse slager, de Surinaamse toko, de Aziatische supermarkt, en nog duizend meer. Als het in de zorg in het honderd loopt en in andere sectoren niet is daar een reden voor. Een hint voor de goede burger: iets met concurrentie en de (oh zo gehate!) vrije markt.

[19] Een goede burger is een slecht mens. Een goede burger is niet uit op een betere wereld voor zichzelf en zijn naasten, maar op politieke macht die hij kan uitoefenen over anderen. Stemmen doet hij immers niet alleen voor zichzelf, maar vooral in de hoop dat de mensen die niet voor zijn zaak hebben gestemd toch aan die zaak worden onderworpen. Hij wil niet zelf geven aan de armen, hij wil dat jij geeft aan de armen en is bereid daarvoor via het geweldsmonopolie te gaan om ‘de goede daad’ voor elkaar te krijgen. Weg zijn de laatste resten van het christelijk residu die via de Verlichting de rechtsfilosofie in sijpelden. Hij wil, gesteund door kwezels als Rawls en zijn ideologische volgers, het individu dat voor zichzelf bepaalt wat het goede leven is, zijn imperfecte plichten ontfutselen door particuliere belangen te verbloemen als het algemeen belang. Sterker nog: door het individu in zijn geheel te omzeilen! Een samenleving zonder individuen, maar alleen ‘redelijke mensen’, is het filosofische equivalent van de hel. En de hel is dichterbij dan de goede burger denkt.

III

[20] Het concept van het morele individu, de ziel, de divine spark, het christendom, of hoe men het ook wil noemen, ontstond door de politieke en sociale situatie binnen het Romeinse Rijk. De dappere poging de ziel te vervangen door de ratio maakt weinig sense als de excessen van het Goddelijk Recht niet zoveel Verlichtingsfilosofen (en christelijke onderdanen!) tegen de borst stuitte. Vrijheid, gelijkheid en broederschap zijn radicaal christelijke concepten, die botsten met een door god aangewezen elite die ongelimiteerde macht kon uitoefenen over het leven van christenen. De institutionalisering van christelijke waarden, vermomd als Verlichtingswaarden, die het individu morele verantwoordelijkheid uit handen neemt in ruil voor gelijkheid, is een interne contradictie van de verzorgingsstaat te noemen. Het is zo bekeken geen wonder dat de grootste politieke en sociale spanningen wereldwijd plaatsvinden rondom het topic van de verzorgingsstaat en voor wie en onder welke voorwaarden deze geldt. Zijn grenzen te rijmen met christelijke filosofie, is misschien geen gekke vraag om serieus te stellen.

[21] Een van de populaire reacties op het opschalen van de soevereine natiestaat naar Europese (semi-super)staat is de roep om meer individuele inspraak, bijvoorbeeld via referenda. Referenda lossen alleen het ‘onchristelijke’ karakter van verkiezingen beschreven in [19] niet op, en daarmee blijft ook de interne contradictie van een democratische verzorgings/rechtsstaat onveranderd.

[22] Als een systeem dat onder druk staat faalt, faalt het op zijn zwakste punt.

[23] De contradictie van de democratische rechtsstaat is tweeledig: 1) reïficatie van individuen binnen de rechtsstaat; 2) de opschaling van macht op basis van de reïficatie van individuen binnen de rechtsstaat. Individuen die deel uitmaken van een geografische locatie worden een ‘volk’ genoemd. Op basis van het lidmaatschap tot een ‘volk’ krijgt een individu een statistisch insignificante hoeveelheid inspraak in het collectieve lot van het volk waartoe hijzelf behoort. Door deze constructie is uiteindelijke besluitvorming X niet alleen van toepassing op de individuen die X hebben gestemd, maar ook op alle andere individuen die binnen de reïficatie ‘volk’ vallen – en niet te vergeten voor degenen die tot het niet-volk behoren; of het nu gaat om importheffingen of een bom op het dak. Om de contradictie van de democratische rechtsstaat/verzorgingsstaat op te lossen, moet zowel de reïficatie als de daaruit volgende machtsopschaling worden opgeheven. Dit wil zeggen dat het mogelijk moet worden om beleid alleen te laten gelden voor de individuen die er daadwerkelijk voor hebben gestemd.

[24] Een alternatief is om individuen het onvervreemdbare recht te geven de concurrentie aan te gaan met de diensten die via het bestaande systeem door de overheid worden geleverd. Dit zou vereisen dat er geen beperkingen aan concurrentie worden opgelegd aan het individu vanuit de overheid, direct of indirect, zie [17], met mogelijke uitzondering van het geweldsmonopolie.

[25] Praktisch gezien zijn referenda, lokale inspraak, individuele keuze, concurrentie met overheidsdiensten, persoonsgebonden wetgeving, alternatieve stemsystemen of welke vorm van decentralisatie dan ook niets meer of minder dan extra hindernissen op weg naar de guillotine, Golgotha, de hel. Hoe meer je individuen vrijlaat om hun eigen leven in te vullen, hoe meer hindernissen je opwerpt tussen jezelf en de afgrond. Politici die alle hindernissen verwijderen laten uiteindelijk maar een enkele weg vrij.

Visits: 291

Een wat mij betreft urgent onderwerp: de zorgtaak die de overheid heeft wat betreft standbeelden. De afgelopen tijd wordt helder dat het omtrekken van standbeelden

Lees meer >>

Gesprek met een jonge dichteres over Piet Gerbrandy. Ze was met hem in de clinch gegaan, iets over een canon, die Gerbrandy uiteraard zeer noodzakelijk

Lees meer >>

Op Meander een recensie van de nieuwe bundel van Maarten van der Graaff, ‘Nederland in Stukken’, nadat deze al door evangelist Schaaper in de Groene

Lees meer >>

Een goed persoon bewandelt de weg die slechte personen voor hem plaveien.

Lees meer >>